Naar content

Chemische stoffen die kanker veroorzaken

De EU is voortdurend bezig om uit te zoeken welke chemische stoffen kanker veroorzaken. Van sommige chemische stoffen is bekend dat zij kankerverwekkend zijn en zij staan onder strenge wettelijke regulering om mensen te beschermen die eraan kunnen worden blootgesteld.

De meeste mensen weten wel wat in ons dagelijkse leven kanker kan veroorzaken - bijvoorbeeld tabaksrook en ultraviolette straling van de zon.

Asbest is een ander bekend voorbeeld, daarom wordt het gebruik ervan streng gereguleerd. Terwijl het roken van tabak de belangrijkste oorzaak van longkanker is, is blootstelling aan asbest ook een van de belangrijkste beroepsrisicofactoren die samenhangen met het krijgen van longkanker. Maar de EU heeft veel meer stoffen, waarvan de meeste mensen nog nooit hebben gehoord, als kankerverwekkend ingedeeld.  

Risico en blootstelling aan chemische stoffen

Als u zich zorgen maakt over blootstelling aan kankerverwekkende stoffen, is het goed om te weten dat een indeling niet hoeft te betekenen dat er reden is tot ongerustheid over het gebruik van een product dat die stof bevat.

Of u kanker krijgt hangt altijd af van de dosis en de blootstelling - het gaat er dus om met hoeveel stof u in contact komt, hoe vaak en op welke manier.

Als de stof niet in het milieu terechtkomt of als we er niet aan worden blootgesteld, vormt ze geen risico voor ons. Van het vasthouden van een pakje sigaretten krijgt u geen kanker, maar u zou het wel kunnen krijgen als u langere tijd veel sigaretten rookt.

De kans om kanker te krijgen van een specifieke chemische stof hangt af van verschillende factoren, zoals:

  • de soort chemische stof waaraan u werd blootgesteld;
  • de grootte van de dosis waaraan u werd blootgesteld;
  • hoe vaak, wanneer en hoe u werd blootgesteld;
  • hoe lang u aan de chemische stof werd blootgesteld.
  • uw algemene gezondheidstoestand en uw genen;
  • mogelijke blootstelling aan andere stoffen die kanker kunnen veroorzaken.

Wat doet de EU?

Wanneer er aanwijzingen zijn dat een stof kanker veroorzaakt, zal ze als zodanig worden ingedeeld. Dit leidt tot op EU-niveau overeengekomen beperkingen over de manier waarop ze kunnen worden gebruikt.

De EU is voortdurend bezig om uit te zoeken welke stoffen kanker en andere schadelijke effecten kunnen veroorzaken. Bedrijven verstrekken informatie over de chemische stoffen die ze gebruiken. Vervolgens screent ECHA de stoffen die het meest van belang zijn, zoals de stoffen die op grote schaal worden gebruikt en mogelijk in contact komen met consumenten, werknemers of het milieu, en stelt het de prioriteit ervan vast. Als u meer wilt weten over de wetgeving, kijk dan op de pagina over de regulering van chemische stoffen.

Voorbeelden van chemische stoffen waarvan bekend is dat ze kanker veroorzaken:

 

1,4-dichloorbenzeen (DCB) is jarenlang gebruikt in luchtverfrissers en deodoranten in openbare toiletten, thuis en in kantoren. We weten nu dat DCB leverkanker kan veroorzaken en daarom is in de EU de stof verboden voor deze gebruiksvorm. Niet alleen consumenten die luchtverfrissers in hun eigen huis gebruiken hebben baat bij dit verbod, maar ook de mensen die op plekken werken waar luchtverfrissers worden gebruikt.

Een ander voorbeeld zijn chemische verbindingen als azokleurstoffen, die de kankerverwekkende chemische stoffen aromatische aminen kunnen afgeven. Sinds 2003 gelden voor azokleurstoffen beperkingen in voorwerpen van textiel en leer die in contact komen met de huid.

Wanneer een stof in de EU wordt ingedeeld als kankerverwekkend, valt deze in de meeste gevallen onder een beperking die de verkoop aan consumenten verbiedt. 

Meer informatie


Route: .live1