Naar content

Hormoonontregelaars en onze gezondheid

Hormoonontregelaars kunnen ernstige gezondheidseffecten veroorzaken, zoals onvruchtbaarheid, kanker en ontwikkelingsstoornissen, bijvoorbeeld geboorteafwijkingen. Maar waar worden ze gebruikt en wat wordt er gedaan om ons te beschermen?

Het hormoonsysteem is een complex netwerk van communicatie tussen het zenuwstelsel en belangrijke lichaamsfuncties zoals voortplanting, immuniteit, stofwisseling en gedrag.

Studies wijzen erop dat sommige chemische stoffen die een storende werking hebben op onze hormoonsystemen een negatieve invloed kunnen hebben op onze stofwisseling, groei, slaap en zelfs onze gemoedstoestand. Deze chemische stoffen, hormoonontregelaars genoemd, zijn meestal door de mens vervaardigd en komen voor in materialen zoals pesticiden, metalen, additieven of als verontreinigingen in voedsel en cosmetica.

Negatieve gezondheidseffecten van hormoonontregelaars zijn bijvoorbeeld testikelkanker en minder zaadcellen, effecten in het neurologische en immuunsysteem en meer jongens die worden geboren met genitale misvormingen. In feite blijkt een groot deel van de jonge mannen - tot 40% in sommige landen - een lage spermakwaliteit te hebben, waardoor ze minder goed kinderen kunnen verwekken.

Recent onderzoek heeft ook aangetoond dat hormoonontregelaars de systemen kunnen beïnvloeden die de ontwikkeling van lichaamsvet en de gewichtstoename reguleren. Bovendien zijn verhoogde cijfers van neurologische gedragsstoornissen zoals dyslexie, geestelijke achterstand, autisme en ADHD in verband gebracht met blootstelling aan hormoonontregelaars.

We kunnen aan hormoonontregelaars worden blootgesteld via voedsel, stof, water en door inademing van gassen en deeltjes in de lucht, of eenvoudigweg door huidcontact, bijvoorbeeld bij het gebruik van lichaamsverzorgingsmiddelen.

Soms worden de effecten van een hormoonontregelende stof pas zichtbaar lang nadat blootstelling heeft plaatsgevonden. Als bijvoorbeeld een foetus aan een dergelijke stof wordt blootgesteld, dan kunnen de negatieve effecten op de gezondheid zich op volwassen leeftijd openbaren. Deze effecten kunnen ook worden overgeërfd door toekomstige generaties.

Stoffen waarvan wordt vermoed dat ze hormoonontregelende eigenschappen hebben kunt u tegenkomen in alledaagse producten zoals plastic flessen, speelgoed, metalen voedselverpakkingen, elektronische apparaten, cosmetica, pesticiden en wasmiddelen.

The views presented in the video do not necessarily represent the official position of the European Chemicals Agency.
The video interview is from the ‘People and perspectives’ section of ECHA’s newsletter issue February 2018

Wat doet de EU eraan?

De EU neemt op veel verschillende vlakken maatregelen, van onderzoek tot regelgeving, en werkt actief aan de identificatie van hormoonontregelaars. Een groeiend aantal chemische stoffen is geïdentificeerd als zeer zorgwekkende stoffen (SVHC's) vanwege hun hormoonontregelende eigenschappen.

Een van die chemische stoffen is bisfenol A (BPA). BPA staat op de lijst van stoffen die krachtens de REACH-verordening voor verplichte autorisatie in aanmerking komen omdat het giftig is voor de voortplanting en vanwege de hormoonontregelende eigenschappen. Al voordat BPA formeel werd vastgesteld als een zeer zorgwekkende stof vanwege haar hormoonontregelende eigenschappen, werd besloten om het gebruik ervan in thermisch papier (als kleurontwikkelaar) te verbieden. Het kan voorkomen in kassabonnen van winkels en tickets voor openbaar vervoer en parkeren. Dit verbod wordt van kracht in 2020 om bedrijven de tijd te geven het gebruik van BPA af te bouwen en veiligere alternatieven te vinden.

Sinds 1 juni 2011 is BPA in de EU ook verboden als bestanddeel van zuigflessen. In de EU kan BPA worden gebruikt in materiaal dat in aanraking komt met voedsel, maar er is een maximum gesteld aan de hoeveelheid die uit het materiaal mag vrijkomen. Sommige lidstaten hebben verdere beperkingen opgelegd voor producten die BPA bevatten.

Ftalaten zijn chemische stoffen die vaak worden gebruikt om vinylkunststoffen flexibeler te maken en flexibel te houden. DEHP, DBP, DIBP en BBP zijn vier ftalaten die zijn toegevoegd aan de lijst van stoffen die voor verplichte autorisatie in aanmerking komen vanwege hun hormoonontregelende eigenschappen. Voor deze en andere ftalaten zijn beperkingen van kracht of in de maak.

De EU werkt er voortdurend aan gevaarlijke chemische stoffen zoals hormoonontregelaars te identificeren en ervoor te zorgen dat deze worden vervangen door veiligere alternatieven. De criteria voor het identificeren van chemische stoffen met hormoonontregelende eigenschappen in biociden zijn op EU-niveau overeengekomen. De criteria gelden vanaf juni 2018.

Klik op de onderstaande links voor meer informatie over voorbeelden van stoffen die zijn geïdentificeerd als hormoonontregelaars.

Meer informatie


Route: .live2