Naar content

Chemische stoffen en klimaatverandering

Op wereldschaal gebruiken we meer energie dan ooit tevoren, en dit heeft ernstige gevolgen voor het klimaat op aarde. Het vrijkomen van bepaalde chemische stoffen in het milieu kan de klimaatverandering versnellen, maar chemische stoffen vormen ook een deel van de oplossing.

Onze behoefte aan energie is nog nooit zo groot geweest. Wereldwijd gebruiken we meer energie dan ooit tevoren, en de vraag neemt snel toe. Economische expansie van opkomende markteconomieën, bevolkingsgroei en het toenemende gebruik van energieverslindende apparaten zijn enkele van de belangrijkste oorzaken daarvan.

Het broeikaseffect

Zonnestraling bestaat uit zichtbaar licht en uit ultraviolette, infrarode en andere soorten straling die onzichtbaar zijn voor het menselijk oog.

Ongeveer een derde deel van de straling die de atmosfeer van de aarde bereikt, wordt door wolken, ijs, sneeuw, zand en andere reflecterende oppervlakken teruggekaatst in de ruimte. De rest wordt geabsorbeerd door het aardoppervlak en de atmosfeer. Als het land, de oceanen en de atmosfeer opwarmen, stoten ze weer energie uit als infrarode warmtestraling, die door de atmosfeer heen gaat.

Warmtevasthoudende gassen zoals kooldioxide (CO2) absorberen deze infraroodstraling en voorkomen dat het in de ruimte verdwijnt, waardoor het zogenaamde broeikaseffect ontstaat.

De ophoping van CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer is de hoofdoorzaak van de recente klimaatverandering.

Door de mens vervaardigde broeikasgassen

CO2 is naar schatting voor 64% verantwoordelijk voor de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde. Andere broeikasgassen komen in veel kleinere hoeveelheden vrij, maar dragen toch in belangrijke mate bij aan het totale opwarmingseffect omdat ze veel effectiever warmte vasthouden dan CO2. Dit is het geval met methaan (CH4), dat verantwoordelijk is voor 17% van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde, en met stikstofoxide (N2O), dat voor 6% van het effect zorgt.

De belangrijkste door de mens vervaardigde broeikasgassen en de bronnen ervan zijn:

  • CO2 afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen (steenkool, olie en gas) voor toepassing bij elektriciteitsopwekking, vervoer, in de industrie en in huishoudens - en veranderingen in landgebruik zoals ontbossing;
  • CH4 afkomstig van landbouw en vuilstort;
  • gefluoreerde broeikasgassen - zoals fluorkoolwaterstoffen (HFC's), perfluorkoolwaterstoffen (PFC's), zwavelhexafluoride (SF6) en stikstoftrifluoride (NF3) - stoffen die in de industrie worden gebruikt.

Wat doet de EU om de klimaatverandering tegen te gaan?

De EU neemt op allerlei vlakken maatregelen. Zo is de bijdrage van gefluoreerde gassen geringer dan van CO2, maar vormen ze toch een bijzonder punt van zorg bij de aanpak van de klimaatverandering. Ze worden gebruikt in verschillende soorten producten, zoals in koeling, airconditioning en warmtepompapparatuur. Andere voorbeelden zijn PFC's, voor gebruik in de cosmetische en farmaceutische industrie, en SF6, voor gebruik in isolatiegas.

Hoewel gefluoreerde gassen in kleinere hoeveelheden in de atmosfeer vrijkomen dan andere broeikasgassen, zijn ze buitengewoon krachtig - ze hebben een opwarmingseffect dat 23 000 keer groter is dan van CO2.

Daarom heeft de EU besloten om het gebruik ervan te beheersen. De EU-verordening over gefluoreerde broeikasgassen is erop gericht de uitstoot in de Europese Unie met twee derde te verminderen in vergelijking met de niveaus van 2014. Dit initiatief maakt deel uit van de algemene doelstelling van de EU om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% te verminderen in vergelijking met de niveaus van 1990.

Chemische stoffen zijn overal - ook als deel van de oplossing

Chemische stoffen zijn niet alleen een deel van het probleem - ze vormen ook een deel van de oplossing. Duurzame energiebronnen zoals zonne-energie zijn gebaseerd op chemische innovatie met behulp van bijvoorbeeld nanomaterialen.

Een van de grootste uitdagingen voor hernieuwbare energie is het vergroten van de levensvatbaarheid met behulp van energieopslagoplossingen. De omstandigheden voor zonnepanelen zijn bijvoorbeeld het beste in de woestijn, maar dat is niet waar de meeste mensen wonen. Windmolens produceren ook 's nachts stroom, wanneer ons energieverbruik het laagst is. Een van de belangrijkste onderzoeksgebieden waar innovatie nodig is, zijn dus technologieën om energieopslag en -transport te verbeteren.

Meer informatie


Route: .live2