Naar content

Wie is verantwoordelijk?

Werkgevers, leveranciers, instanties en lidstaten hebben allemaal een taak om ervoor te zorgen dat uw werkplek veilig is voor de gevaren van schadelijke chemische stoffen. Als u weet wat deze verantwoordelijkheden inhouden en waar meer informatie te vinden is, weet u beter wat uw rechten als werknemer zijn.

Een veilig gebruik van chemische stoffen op uw werkplek is van cruciaal belang - blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen veroorzaakt elk jaar tot wel 30% van de erkende beroepsziekten en tienduizenden vermijdbare sterfgevallen in heel Europa.

Wettelijk hebt u in elke lidstaat van de EU het recht antwoord te krijgen op de volgende belangrijke vragen:

  • Wat zijn de gevaren van de chemische stoffen en producten die ik gebruik?
  • Hoe kan ik ze veilig gebruiken?

Deze wettelijke eisen gelden voor alle bedrijven, of ze nu chemische stoffen vervaardigen, invoeren of gebruiken.

Volgens de Europese wetgeving moeten werkgevers specifieke maatregelen treffen om het risico van gevaarlijke stoffen voor hun werknemers te beheersen.

  • Stop waar mogelijk met het gebruik van een schadelijke stof door het proces of product waarin de stof wordt gebruikt te veranderen.
  • Als stopzetting van het gebruik niet mogelijk is, vervang dan de schadelijke stof door een niet-schadelijke of minder schadelijke stof.
  • Wanneer een gevaar niet kan worden weggenomen, tref dan maatregelen die erop gericht zijn iedereen te beschermen. Wettelijk mag u alleen als laatste redmiddel uw toevlucht nemen tot persoonlijke beschermingsmiddelen, wanneer blootstelling onvermijdelijk is.
  • Voor een aantal gevaarlijke stoffen zijn er grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (occupational exposure limits - OEL's) die moeten worden gerespecteerd.

Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid informatie over veiligheid op de werkplek door te geven aan hun werknemers. De verstrekte informatie moet betrouwbaar, uitgebreid en gemakkelijk toegankelijk zijn. Werknemers moeten zich op de hoogte kunnen stellen van zaken en onderwerpen zoals:

  • de bevindingen van de risicobeoordeling van hun werkgever;
  • de gevaren waaraan ze worden blootgesteld en wat de gevolgen voor hen kunnen zijn;
  • wat ze moeten doen voor de veiligheid van zichzelf en anderen;
  • hoe het te controleren en herkennen is wanneer er iets mis is;
  • aan wie ze eventuele problemen moeten melden;
  • de resultaten van blootstellingsmonitoring of gezondheidsbewaking;
  • te nemen preventieve maatregelen in geval van onderhoudswerkzaamheden;
  • eerstehulp- en noodprocedures.

Uw veiligheid op het werk begint bij uzelf. Praat met uw werkgever of vertegenwoordiger die zich bezighoudt met gezondheid en veiligheid. Gebruik onze website als informatiebron.

Leveranciers

Voor gevaarlijke stoffen moeten leveranciers veiligheidsinformatiebladen verstrekken en producten voorzien van etiketten met daarop de relevante veiligheidsinformatie. Uw werkgever moet op basis van deze informatie risicobeheersmaatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het gebruik van chemische stoffen op uw werkplek veilig voor u is.

EU-instanties

De EU-verordeningen over chemische stoffen, bijvoorbeeld de registratie en beoordeling van, en autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), de verordening inzake indeling, etikettering en verpakking (CLP) en de Biocidenverordening (BPR), hebben allemaal mechanismen om werknemers te beschermen tegen blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen.

Krachtens REACH moeten fabrikanten en importeurs informatie verzamelen en doorgeven over de eigenschappen van hun chemische stoffen zodat gebruikers er veilig mee kunnen omgaan. De industrie moet ook de beschermingsmaatregelen instellen die voor zeer zorgwekkende stoffen vereist zijn.

De Europese kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk werd in 1989 van kracht en garandeert in heel Europa minimale vereisten ten aanzien van veiligheid en gezondheid.

De verordening inzake indeling en etikettering vereist dat gevaren duidelijk worden doorgegeven aan werknemers en consumenten in de EU. De industrie moet de eigenschappen van haar chemische stoffen (en mengsels) vaststellen die schadelijk kunnen zijn voor ons of voor het milieu en ze indelen overeenkomstig de geïdentificeerde gevaren.

Gevaarlijke chemische stoffen moeten op de juiste wijze worden geëtiketteerd zodat gebruikers, of het nu werknemers of consumenten zijn, duidelijk inzicht hebben in de effecten ervan en weloverwogen beslissingen kunnen nemen over de producten die zij kopen en gebruiken.

De Biocidenverordening schrijft leveranciers van werkzame biociden voor informatie over de stof te verstrekken. Alle biociden moeten zijn toegelaten door ECHA of een nationale instantie voordat ze in de handel kunnen worden gebracht. De werkzame stoffen in die biocide moeten eerder zijn goedgekeurd.

Daarnaast zijn er diverse andere wetten die de veiligheid op de werkplek reguleren.

Lidstaten

De bevoegde instanties in de lidstaten spelen een centrale rol bij de waarborging van een veilig gebruik van chemische stoffen.

Zij werken nauw samen met ECHA en de Europese Commissie. Nationale instanties beoordelen geregistreerde stoffen en zijn nauw betrokken bij het vaststellen van de beoordelingsbesluiten van ECHA. Lidstaten kunnen beperkingen voor chemische stoffen voorstellen als hun risico's op EU-niveau moeten worden aangepakt. Ze kunnen ook voorstellen stoffen te identificeren als mogelijke zeer zorgwekkende stoffen. Lidstaten kunnen aanvragen beoordelen, die verband houden met biociden.

De nationale handhavingsinstanties hebben de verantwoordelijkheid erop toe te zien dat bedrijven de wetgeving over chemische stoffen naleven.

Meer informatie


Route: .live1